Veelgestelde vragen Exploitatie Video on Demand

1. Wat houdt het model Vrijwillig Collectief Beheer (‘VCB-model’) in?

Het VCB-model houdt in dat hoofdmakers bij een exploitant – via hun PAM CBO’s: LIRA, VEVAM en NORMA – rechtstreeks aanspraak kunnen maken op een vastgestelde vergoeding voor Video On Demand exploitatie in Nederland (‘VOD-exploitatie’) van film- en tv-werken, waarvoor de VOD-rechten conform artikel 45d Auteurswet aan de producent zijn overgedragen. Voor de uitvoering hiervan zijn een zogenaamd Aanhangsel, Derdenbeding en Vergoedingenovereenkomst ontwikkeld. Deze zullen hierna verder worden toegelicht.

2. Voor welke makers geldt het VCB-model?

De VOD-vergoeding geldt voor de scenaristen, regisseurs en hoofdrolspelers (‘hoofdmakers’) die op basis van een opdrachtovereenkomst hebben meegewerkt aan de productie van Nederlandse film- en tv-werken.

3. Voor welke producenten geldt het VCB-model?

Vrijwel alle producenten van Nederlandse film- en tv-werken zijn aangesloten bij RODAP en StOPnl, dus zal met ingang van 1 januari 2017 op vrijwel alle opdrachtovereenkomsten voor Nederlandse film- en tv-werken met de hoofdmakers het Aanhangsel met het derdenbeding van toepassing worden verklaard. Het model geldt ook voor de omroepen in hun rol van producent van ‘in eigen huis’ vervaardigde film- en tv-werken.

4. Voor welke exploitanten geldt het VCB-model?

Via het derdenbeding komt de verplichting om een vergoedingenovereenkomst met de PAM CBO’s te tekenen dan terecht bij alle VOD-exploitanten in Nederland: zowel alle RODAP-exploitanten (zie http://www.rodap.nl/page/leden) als ook de niet RODAP-exploitanten.

5. Wat verandert er tussen producenten en hoofdmakers?

Vanaf 1 januari 2017 zullen er in de contractspraktijk tussen producenten en hoofdmakers een tweetal zaken veranderen:

Einde gebruik Tijdelijke Clausule
In de opdrachtcontracten tussen producenten en hoofdmakers zal de zogenaamde Tijdelijke Clausule niet meer gebruikt dienen te worden.

Start gebruik Aanhangsel (inclusief Derdenbeding)
Aan de opdrachtcontracten tussen producenten en hoofdmakers zullen ter vervanging van (i) voortaan Aanhangsel en Derdenbeding worden toegevoegd, inclusief een verwijzing naar deze bijlages in het productiecontract (bijlage 2).

6. Wat verandert er in de keten van producenten naar VOD-exploitanten?

Vanaf 1 januari 2017 zullen er in de contractketen van producenten naar VOD-exploitanten een tweetal zaken veranderen:

Opleggen derdenbeding
Een producent is verplicht om aan partijen aan wie hij rechten tot VOD-exploitatie verleent of overdraagt – voor filmwerken waarop het Aanhangsel van toepassing is – het Derdenbeding op te leggen. Elke opvolgende partij in de keten is vervolgens verplicht om het Derdenbeding op te leggen tot en met de uiteindelijke VOD-exploitant.

Opgaveverplichting producent en opvolgende partijen
Een producent en de opvolgende partijen in de keten zijn verplicht opgave (te laten) doen aan de PAM CBO’s voor welke film- en tv-werken een derdenbeding is opgelegd en aan welke partijen, met een kopie van het getekende derdenbeding conform het opgaveformulier in bijlage 4. Dit kan worden opgestuurd naar opgave@pam-cbos.nl.

7. Wat verandert er voor VOD-exploitanten?

Vanaf 1 januari 2017 zal een VOD-exploitant – bij de verkrijging van VOD-exploitatie rechten voor film- en tv-werken waarop een Derdenbeding van toepassing is – zorgdragen voor een drietal zaken:

Aanvaarding van het Derdenbeding;

Aanvaarding van de Vergoedingenovereenkomst binnen 30 werkdagen na verkrijging van de rechten tot VOD-exploitatie òf – wanneer de VOD-exploitatie eerder plaatsvindt – binnen 30 dagen na de eerste exploitatie; en

Betaling van de VOD-vergoeding conform de vergoedingenovereenkomst.

8. Wanneer hebben hoofdmakers recht op een VOD-vergoeding onder het VCB-model?

Wanneer hoofdmakers op basis van artikel 45d Auteurswet en de opdrachtovereenkomst hun VOD-rechten hebben overgedragen aan de producent, maken zij aanspraak maken op de VOD-vergoeding. Als VOD-rechten echter zijn voorbehouden of alleen in licentie zijn gegeven, dan geldt de vergoedingsaanspraak niet. Voor scenaristen en regisseurs die hun bijdrage aan Nederlandse film- en tv-werken in loondienst hebben vervaardigd, geldt de vergoedingsaanspraak ook niet.

 

De vergoeding geldt niet voor uitvoerende kunstenaars die geen hoofdrol vervullen. Het repartitiereglement van NORMA bepaalt of de betreffende uitvoerende kunstenaar al dan niet als hoofdrolspeler wordt aangemerkt. Hierover volgt nog nadere informatie begin januari.

9. Krijgt de hoofdmaker een vergoeding voor alle vormen van VOD-exploitatie?

De huidige afspraken tussen de PAM CBO’s en RODAP voorzien in een vergoeding voor VOD-exploitatie waarvoor de consument apart betaalt, zoals bij abonneediensten (s-VOD) en diensten waarvoor per filmwerk wordt afgerekend (t-VOD). Over VOD-Exploitatie waarvoor de consument niet apart betaalt, maar waar alleen advertentie-inkomsten mee wordt verdiend, zijn partijen nog in overleg.

10. Voor welke werken geldt de VOD-vergoeding?

Voor alle Nederlandse film- en tv-werken die vallen onder artikel 45a Auteurswet en die worden geproduceerd door de bij RODAP (via STOP-nl.nl) aangesloten producenten of omroepen. Het geldt niet voor buitenlandse film- en tv-werken waaraan Nederlandse hoofdmakers hebben meegewerkt en die hier in Nederland via VOD worden geëxploiteerd.

11. Hoe zit het als het filmwerk in het buitenland on demand wordt aangeboden?

Dit model ziet niet op VOD-exploitatie in het buitenland of op werken die in het buitenland zijn geproduceerd.

12. Wat regelen het Aanhangsel en het Derdenbeding (bijlage 2 )?

Het Aanhangsel regelt dat de overdracht van de VOD-rechten in de opdrachtovereenkomst van de hoofdmaker aan de producent plaatsvindt onder de voorwaarde dat de producent een zogenaamd derdenbeding oplegt aan de volgende partij in de keten. Het Derdenbeding bepaalt dat de uiteindelijke VOD-exploitant van een film- of tv-werk verplicht wordt om een vergoedingenovereenkomst voor VOD-exploitatie met de PAM CBO’s te sluiten tot betaling van de VOD-vergoeding. Het Aanhangsel en het Derdenbeding zijn door RODAP en de PAM CBO’s opgesteld.

13. Wat regelt de Vergoedingenovereenkomst?

De Vergoedingenovereenkomst regelt de vergoeding, de voorwaarden voor betaling van deze vergoeding en de kwijting die de PAM CBO’s in ruil voor betaling van de vergoeding aan VOD-exploitant verstrekken.

14. Wat en wanneer wordt er betaald?

De volgende vergoedingen zijn van toepassing:

 

  • 2015: de RODAP-exploitanten hebben een lumpsum vergoeding voor VOD-exploitatie betaald;
  • 2016: RODAP-exploitanten zullen met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2016 een VOD-vergoeding betalen die op korte termijn door onafhankelijke arbiters wordt vastgesteld. Zodra deze bekend is, zullen alle betrokkenen hiervan direct door de PAM CBO’s en RODAP worden geïnformeerd;
  • 2017: RODAP-exploitanten en niet-RODAP-exploitanten zullen voornoemde VOD-vergoeding op basis van het Derdenbeding en de Vergoedingenovereenkomst betalen;
  • 2018 e.v: RODAP en de PAM CBO’s zullen de VOD-vergoeding voor deze periode nog nader vaststellen.

Zodra voornoemde VOD-vergoeding voor 2016 en 2017 in arbitrage is vastgesteld, zullen de PAM CBO’s en RODAP de methodiek en tariefstructuur daarvan in de Vergoedingenovereenkomst nader uitwerken, waarna de PAM CBO’s de Vergoedingenovereenkomst aan VOD-exploitanten doen toekomen.

15. Wat gebeurt er als de producent het Aanhangsel niet opneemt?

De aansluitvoorwaarden van StOP NL worden op korte termijn gewijzigd. Producenten kunnen dan alleen nog maar in aanmerking komen voor de StOP NL-vergoedingen voor de doorgifte van film- en tv-werken, waarvoor de hoofdmakers zijn gecontracteerd met toepassing van Aanhangsel. Als producenten het Aanhangsel voor de hoofmakers die hun rechten overdragen na 1 januari 2017 niet hebben gebruikt, dan kunnen zij aldus voor de betreffende film- en tv-werken niet meer in aanmerking komen voor de vergoedingen die StOP NL uitkeert. StOP NL zal hen overigens eerst in de gelegenheid stellen dit verzuim te herstellen.

16. Wat gebeurt er als de producent het Derdenbeding niet opneemt?

Als de producent rechten tot VOD-exploitatie verleent of overdraagt aan een derde en daarbij het Derdenbeding achterwege laat, dan wordt de eerdere overdracht van dit recht tot VOD-exploitatie aan de producent ontbonden. Dit betekent dat de producent aan die derde (zoals de VOD-exploitant) het recht tot VOD-exploitatie niet meer kan verlenen voor dat film- of tv-werk.

17. Wat gebeurt er als de opvolgende partij(en) het Derdenbeding niet opnemen?

Wanneer een opvolgende partij in de keten rechten tot VOD-exploitatie verleent of overdraagt zonder toepassing van het Derdenbeding, dan is deze partij tegenover de PAM CBO’s aansprakelijk voor betaling van de misgelopen billijke proportionele vergoeding, totdat de uiteindelijke VOD-exploitant een Vergoedingenovereenkomst met de PAM CBO’s is aangegaan.

18. Is het VCB-Model nu afgerond?

RODAP en de PAM CBO’s vinden dat spoedige implementatie van het VCB-model noodzakelijk is, zodat de VOD-vergoeding betaald kan gaan worden. Partijen hebben daarom besloten het Aanhangsel en Derdenbeding vanaf 1 januari 2017 op te gaan leggen vooruitlopend op de spoedige vaststelling van de VOD-vergoeding in arbitrage en vervolgens de verdere afronding van de Vergoedingenovereenkomst.

 

In de praktijk betekent dat vanaf 1 januari 2017 dat producenten en omroepen in hun opdrachtovereenkomsten met de hoofdmakers het Aanhangsel en Derdenbeding opnemen. En dat VOD-exploitanten op grond van het Derdenbeding de Vergoedingenovereenkomst met de PAM CBO’s aangaan als de PAM CBO’s en RODAP de methodiek en tariefstructuur daarvan nader hebben uitgewerkt.

Alle betrokken partijen zullen binnenkort door RODAP en de PAM CBO’s verder worden geïnformeerd over:

De vastgestelde VOD-vergoeding voor 2016 en 2017; en
De inhoud van de model Vergoedingenovereenkomst die VOD-exploitanten met de PAM CBO’s dienen aan te gaan.

 

Daarmee is het VCB-Model afgerond.

19. Tot wanneer geldt het VCB model?

Het VCB-Model zal in ieder geval tot en met 2019, namelijk voor de duur van het Convenant tussen RODAP en de PAM CBO’s worden toegepast. Dat betekent dat het Aanhangsel met Derdenbeding in elk geval moet worden toegepast op productiecontracten die in de periode tot en met 2019 tot stand komen. Partijen zullen in 2018 het VCB-model evalueren (ook ten behoeve van de ACM) en tijdig besluiten of ze het model na deze periode zullen voortzetten. Alle betrokkenen zullen daar te zijner tijd over worden geïnformeerd.

 

Voor film en tv-werken waarvoor het Derdenbeding geldt, blijven de VOD exploitanten overigens de billijke proportionele vergoeding verschuldigd voor de duur van het auteursrecht dat op dat filmwerk rust. Dat betreft dus in elk geval de tot 1 januari 2020 onder het VCB model vervaardigde film- en tv-werken.