Nieuws

Collectieve vergoeding ‘Hoofdmakers’ voor Video on Demand afgerond

Geplaatst op

Het afgelopen jaar hebben wij meermaals gecommuniceerd over de vergoedingen voor Video on Demand (VOD) diensten. Hiertoe is vanaf 1 januari jongstleden het zogenaamde VCB-modelModel van Vrijwillig Collectief Beheer. geïmplementeerd door de PAM cbo'sDe collectieve beheersorganisaties binnen Portal Audiovisuele Makers en RODAPRechtenoverleg voor Distributie van Audiovisuele Producties, kortweg RODAP, is een samenwerkingsverband tussen omroepen, producenten en distributeurs (zoals kabelmaatschappijen). Lees meer.... Onlangs is in een zogenaamde arbitrageprocedure het vergoedingspercentage vastgesteld. Daarmee is de het VCB-model voltooid. Langs deze weg praten wij u hier graag over bij.

In december 2016 hebben wij u bericht over de implementatie van het VCB-model. Destijds is uitgelegd dat in elk productiecontractDe vergoedingsaanspraak is beperkt tot ‘hoofdrolacteurs’. Aangezien van tevoren vaak moeilijk te bepalen is wie als hoofdrolspeler kan worden aangemerkt, is afgesproken dat onderstaande documenten altijd worden bijgevoegd, tenzij de rol evident geen hoofdrol is. dat u als acteur aangaat met een producent moet worden toegevoegd:

Door dit bij te voegen in de productiecontracten ontstaat een verplichting voor VOD-aanbieders om de vergoeding voor Hoofdmakers voor VOD exploitatie aan LIRA, VEVAM en NORMA te betalen.

De tijdelijke clausule die sinds 2015 in productiecontracten werd gebruikt, kwam daarmee te vervallen.

Wij maken u erop attent dat u altijd zelf verantwoordelijk bent voor het correct aanmelden uw medewerkingen (uw werk te claimenOpgeven van werken (zoals film- of muziekwerken) waarin u een rol heeft vertolkt.) bij NORMA op de daarvoor aangegeven wijze.

VOD-Vergoeding

Na intensief overleg tussen de PAM cbo’s en RODAP is in een arbitrageprocedure een vergoedingspercentage vastgesteld. Voor die vergoeding komen strikt genomen alleen de films en series in aanmerking waarbij het Aanhangsel en Derdenbeding zijn opgenomen (zie hierboven). Die films worden afgezet tegen het totaal aantal afgenomen films. Het percentage dat daaruit volgt, wordt het ‘relevante aandeel’ genoemd. Met de RODAP-aanbieders zijn met betrekking tot het relevante aandeel aparte afspraken gemaakt. Zij zullen de vergoeding gaan betalen voor VOD exploitaties vanaf 2016 en zullen voor de jaren 2016 tot en met 2018 voor alle Nederlandse filmwerken gaan betalen.

De VOD-vergoeding wordt als volgt berekend:

(VergoedingsgrondslagDe Vergoedingsgrondslag is vastgesteld als zijn de inkomsten exclusief btw, uitgesplitst per categorie VOD exploitatie, die gegenereerd worden door middel van de ontvangst door de VOD exploitant van de betalingen van consumenten voor de exploitatie van filmwerken. Van deze omzet wordt 25% forfaitaire kosten afgetrokken; X Relevant Aandeel) X Vergoedingspercentage

Het Vergoedingspercentage is in arbitrage vastgesteld op 5,2%.

Extra informatie

Meer informatie over het afgeronde VCB-model is te vinden in een geactualiseerde Q+A . Hier is het arbitrale vonnis te vinden waarin het vergoedingspercentage is bepaald.

De model VOD Vergoedingenovereenkomst voor VOD exploitanten is hier te vinden.